Meertaligheid

Dossier: Taal en lezen
Laatst bijgewerkt op: 18-06-2014

Binnen het onderwijs hebben we veel te maken met meertaligheid. Aan meertaligheid kunnen voordelen verbonden zijn, maar de meningen verschillen over de manier waarop een meertalige opvoeding moet vorm krijgen. Daarnaast moeten onderwijsprofessionals rekening houden met de culturele aspecten van taal.

Wereldwijd is meertaligheid de norm; veel kinderen groeien op met twee of meer talen. Veel van hen spreken thuis een andere taal dan op school; ze leren eerst de thuistaal, daarna de schooltaal. Voor  meertalige leerlingen in Nederland is het Nederlands de tweede taal die zij leren (NT2). Ook zijn er kinderen die in een tweetalige omgeving opgroeien doordat een van de ouders van buitenlandse afkomst is. Ze krijgen op die manier een dubbele moedertaal. Alle kinderen kunnen in principe twee of meer talen leren spreken.

Voordelen
Meertaligheid kan worden gezien als een voordeel. Ten eerste leren kinderen spelenderwijs een tweede taal, waar volwassenen vaak veel moeite voor moeten doen. Ten tweede blijkt het leren van twee talen cognitief gunstig uit te werken. Er is aangetoond dat tweetalige kinderen tussen de 7.5 en 11 jaar sneller zijn in aandachts-, taal- en rekentaken dan hun eentalige leeftijdsgenoten. Daarbij werd ook nog eens een minder intense hersenactiviteit gemeten. De kinderen die van huis uit twee talen hadden meegekregen, presteerden beter dan de zogenaamde schooltweetaligen (Katrien Mondt, 2006). De taalkundige Michael Clyne (Universiteit van Melbourne) is zelf tweetalig opgevoed: thuis werd Engels en Duits gesproken. Daarnaast spreekt hij Nederlands, Frans, Italiaans, Zweeds en Noors. Volgens hem ontwikkelen tweetalige kinderen een beter inzicht in hoe talen in elkaar zitten, bijvoorbeeld wanneer het gaat om de willekeurige relatie tussen woord en betekenis. Kinderen die zowel het woord bird als het woord vogel kennen voor een dier dat vliegt, zijn zich eerder bewust van die willekeurige woord-betekenisrelatie.

Succesfactoren
Er zijn factoren aan te wijzen, die van invloed zijn op het al dan niet succesvol verlopen van deze meertalige ontwikkeling.

Naast persoonlijke eigenschappen, speelt de omgeving daarin een belangrijke rol. Wanneer het kind zich veilig voelt, gemotiveerd wordt om beide (of meer) talen te gebruiken, wanneer de talen een gelijke status hebben en wanneer er voldoende interactie is in alle talen, zullen de talen zich goed ontwikkelen. De talen kunnen elkaar daarbij ook versterken. Voor al deze factoren is een goede communicatie tussen ouders, leerkrachten en kinderen essentieel. Bij de communicatie tussen anderstalige ouders en Nederlandstalige leerkrachten kunnen culturele verschillen en de beheersing van het Nederlands barrières vormen in de contacten.

Meertalige opvoeding
Er heerst bij wetenschappers, beleidsmensen en ouders geen eensgezindheid over de wenselijkheid om vroeg met een tweetalige opvoeding te beginnen. Dit is deels te verklaren door de verscheidenheid aan situaties waarin (vroege) tweetalige opvoeding zich kan voordoen. Voorstanders van tweetaligheid pleiten ervoor om de twee talen zo vroeg mogelijk aan te bieden omdat er sterke aanwijzingen zouden zijn dat er een 'gevoelige periode' bestaat (tot ca. 6 jaar) waarin de moedertaal nagenoeg spontaan geleerd kan worden. Zij gaan er dan ook van uit dat dit ook op het leren van een tweede taal van toepassing is. Anderen houden vast aan het principe dat kinderen eerst hun eigen moedertaal goed moeten beheersen voordat ze een vreemde taal leren. Zij gaan ervan uit dat de kennis van een tweede taal nooit hoger kan liggen dan de basiskennis van de moedertaal. Met deze aanpak zou worden vermeden dat kinderen de grammaticaregels en de woordenschat van de twee talen verwarren en door elkaar heen gebruiken.

Intercultureel tweetalig onderwijs
Taal en cultuur zijn onlosmakelijk verbonden met onderwijs. Onze cultuur bepaalt ons referentiekader, geeft vorm aan de manier waarop wij denken, hoe wij handelen en zelfs wat wij voelen. En bepaalt dus ook wat er wordt onderwezen en op welke manier. Iedereen die betrokken is bij het onderwijsproces (leerkrachten, leerlingen, curriculumontwikkelaars en beleidsmakers), stopt zijn/haar culturele bagage in hetgeen er wordt onderwezen en de manier waarop dat gebeurt. Aan de andere kant is onderwijs essentieel voor het voortbestaan van cultuur. Door onderwijs (binnen een schoolgebouw of daarbuiten) wordt cultuur constant overgedragen en verrijkt. En dat is heel vaak ook precies de bedoeling van onderwijs: om de cultuur in stand te houden. Maar wiens cultuur wordt in stand gehouden? In samenlevingen waar er sprake is van dominante groepen en minderheidsgroepen, zijn het heel vaak de dominante culturen en talen die middels het formele onderwijssysteem worden overgedragen. Hoe zorg je ervoor dat er onderwijs wordt aangeboden dat de cultuur van de inheemse volken of minderheden respecteert, maar dat hen tevens in staat stelt de uitdagingen aan te gaan van de samenleving waarin zij zich bevinden?

Meer over Meertaligheid

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten