Plaats slechthorende kinderen bij elkaar op een school in de buurt

Dossier: Slechthorende leerlingen
Laatst bijgewerkt op: 12-09-2016

Voor veel slechthorende kinderen biedt het reguliere onderwijs goede mogelijkheden. De competenties van de leerkracht die hen begeleidt zijn daarbij cruciaal.

Er zijn in Nederland circa 1700 leerlingen in de basisschoolleeftijd met een indicatie 'slechthorend’. Daarvan zijn er circa  650 geplaatst in speciaalonderwijsscholen (cluster-2), sh-scholen en sh/esm-scholen en/of dovenscholen. Ruim 1000 kinderen zitten met een ‘slechthorend’-indicatie op een reguliere basisschool of op een sbo-school met ondersteuning door ambulante begeleiding.  Voor veel slechthorende kinderen biedt het reguliere onderwijs goede mogelijkheden, vertelt Annemiek Voor in ’t holt. De competenties van de leerkracht die hen begeleidt zijn daarbij cruciaal.

"Slechthorende kinderen die samen met kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden in een gemengde klas voor sh/esm zitten, zijn meestal in de minderheid. Uit onderzoek blijkt dat hun leerkrachten vaker dan bij de goedhorende ESM-kinderen denken dat zij Oost-Indisch doof zijn, of dromerig. Slechthorende kinderen missen veel grapjes in de klas. Maar ook weten we, dat hun leerkrachten soms minder aandacht besteden aan een duidelijk lipbeeld, om maar eens wat te noemen. Daarom pleit ik ervoor om slechthorende kinderen vaker bij elkaar in de groep te plaatsen. Ook zou in het speciaal onderwijs op meer scholen een 'auditieve leerstroom' ingericht kunnen worden, waar dove en slechthorende leerlingen onderwijs kunnen volgen."

Ambulante begeleiding
"Op slechthorendheid gerichte expertise kan gebundeld worden in ambulante begeleidingsdiensten. Zo zou je enkele slechthorende leerlingen bij elkaar kunnen plaatsen, op een reguliere basisschool in de buurt. Waarschijnlijk zijn er op elke basisschool wel kinderen met lichte gehoorverliezen, of met wisselende gehoorverliezen . Elke leerkracht krijgt dus wel te maken met de gevolgen van slechthorendheid in de klas. Bijvoorbeeld bij kinderen die veel oorontstekingen hebben of kinderen die trommelvliesbuisjes krijgen. Voor deze kinderen met een heel licht gehoorverlies, is het meestal niet mogelijk om een indicatiestelling te krijgen. Vanwege hun vaak tijdelijke‘onzichtbare handicap’ zijn zij wel kwetsbaar, bijvoorbeeld in sociaal opzicht. Maar omdat de criteria voor de indicatiestelling streng zijn, zitten zij zonder extra begeleiding in het regulier onderwijs. Dit geldt ook voor kinderen die aan een kant een gehoorverlies hebben, de ‘een-orige kinderen’. Dan zijn er ook nog kinderen die ondanks een goed gehoor toch auditieve verwerkingsproblemen (AVP)  hebben. Hierdoor hebben zij gedeeltelijk vergelijkbare problemen als kinderen met een gehoorverlies. Ook voor deze groepen kinderen is het van belang dat het regulier onderwijs beter is toegerust voor slechthorende kinderen. En dat er meer kennis op de scholen komt over de gevolgen van het hebben van een tijdelijk of blijvend gehoorverlies.”

Wat kan een reguliere basisschool doen, om het onderwijs voor slechthorende leerlingen toegankelijk te maken?
“De akoestiek is in veel scholen dramatisch slecht. Dit zou een punt van aandacht voor elke school moeten zijn, al was het maar omdat een slechte akoestiek heel vermoeiend is. Bovendien: elke klas heeft kinderen die slecht horen. De groep met wisselende gehoorproblemen is groot: in de onderbouw misschien wel 20%. We kennen de gevolgen: bij kinderen die slecht horen zie je dat de ontwikkeling van de taal en de woordenschat geremd wordt. De grootte van de woordenschat is een belangrijke voorspeller voor de latere ontwikkeling van het begrijpend lezen. En het begrijpend lezen is weer een voorspeller voor  ‘schoolsucces’ in de toekomst. Een betere akoestiek kan ervoor zorgen dat zij in de klas beter kunnen verstaan en met minder energie. De akoestiek is vaak met weinig middelen te verbeteren. Gordijnen en vloerkleden komen de meeste scholen niet meer in, maar je kunt er als architect en bij het ontwerp van een klas op letten dat een ruimte niet te veel galm krijgt, bijvoorbeeld. Ook de lichtinval in een lokaal is belangrijk. Het is heel vermoeiend om tegen het licht in te kijken naar een leerkracht. Dat belemmert ook het verstaan voor een slechthorend kind."

Plek in de klas
"En misschien wel de allerbelangrijkste tip: zoek een goed plekje in je lokaal voor je slechthorende leerling! Niet te ver achteraan, en met het gezicht naar de leerkracht toe. Zo kun je makkelijk oogcontact maken en hoeft de leerling zich niet steeds te draaien. Liefst een plekje waar de leerling tegelijkertijd een beetje overzicht over de klas heeft. Zo kost het luisteren de minste energie terwijl de leerling toch contact met medeleerlingen houdt. Kinderen met een cochleair implantaat of een hoorapparaat kunnen baat hebben bij soloapparatuur, een ontvangertje dat ze aan hun CI of hoorapparaat koppelen. Daarmee hoort de leerling de leerkracht zonder dat het omgevingsgeluid hem stoort. Er is ook SoundField- apparatuur beschikbaar die het verstaan in een klaslokaal verbetert, doordat kleine luidsprekers het stemgeluid van de leerkracht iets versterken en beter verspreiden door het lokaal. Hierdoor blijft de leerkracht ook bij galm of geroezemoes verstaanbaar. Veel speciale scholen zijn hier al mee uitgerust, maar in Engeland gebruiken ook veel reguliere scholen zo’n systeem, omdat hiermee ook goedhorende kinderen meer ontspannen kunnen luisteren.”

Waar kunnen scholen nog meer aan werken?
“Het is heel belangrijk dat slechthorende kinderen andere slechthorende kinderen tegenkomen. Natuurlijk is dat soms lastig te organiseren, omdat er niet zo veel kinderen zijn met een permanent gehoorprobleem. Daarom pleit ik voor het bundelen van expertise op een school in de buurt.  De ambulant begeleider kan helpen om de onderlinge contacten tussen slechthorende kinderen te stimuleren. Zo zou je bijvoorbeeld een ontmoetingsmiddag kunnen organiseren. De Stichting “Zo hoort het”, die geleid wordt door slechthorende jongeren is hier al mee begonnen. Op hun website staat een agenda met leuke activiteiten voor slechthorende en dove kinderen en jongeren.

En wat kan de leerkracht zelf doen?
“Voldoende kennis over slechthorendheid en doofheid en een alerte open houding bij de leerkracht is natuurlijk onontbeerlijk. De Masteropleiding Auditief Gehandicapten en de Masteropleiding Communicatief Gehandicapten kunnen voor veel docenten van nut zijn. Ook de Masteropleiding Dovenstudies is een goede keus. Daarnaast: zorg dat je duidelijk zichtbaar bent voor de leerlingen. Blijf zoveel mogelijk op één plek in het lokaal, en zorg dat je je klas kunt aankijken. Door je bewust in te leven in wat een auditieve beperking voor een leerling betekent, kun je het onderwijs aan die leerling al sterk verbeteren. Een open en uitnodigende houding en je open willen stellen voor een kind met een andere wijze van communiceren is de eerste en belangrijkste stap!” 

Annemiek Voor in ’t holt is logopedist/leerkracht  en coordinator van de Masteropleiding Auditief Gehandicapten en Masteropleiding Communicatief Gehandicapten. Zij heeft geruime tijd lesgegeven aan slechthorende kinderen, en werkte voor de Nederlandse Stichting voor het Dove en Slechthorende Kind. In 2007 won Voor in ’t holt de Hermen J. Jacobsprijs.

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten