Over het waarom

Dossier: Oorlogseducatie
Laatst bijgewerkt op: 23-04-2014

De kennis over de Tweede Wereldoorlog neemt af, met name bij jongeren. Docenten geschiedenis kunnen daar wat aan doen.

De meerderheid van de bevolking is geboren na de oorlog;  nog maar een klein deel van de ouderen heeft de oorlog bewust meegemaakt. Daarbij komt dat Nederland steeds meer multicultureel wordt. Het ministerie van VWS heeft daarom een jeugdvoorlichtingsbeleid vastgesteld, in de vorm van informatieve en educatieve voorlichting over de achtergronden van de Tweede Wereldoorlog. Dit moet gebeuren in relatie tot hedendaagse ontwikkelingen en gebeurtenissen, vindt het ministerie. Doel van het jeugdvoorlichtingsbeleid is om jongeren duidelijk te maken welke ontwikkelingen in een samenleving bedreigend kunnen zijn voor de democratie. De jeugd moet worden gewezen op gevaren van hedendaagse ontwikkelingen in hun leefomgeving die herinneren aan bepaalde gebeurtenissen van WO II. Zij moeten betrokken worden bij de jaarlijkse herdenking van 4 mei en de viering van 5 mei, en begrip krijgen voor de slachtoffers van geweld tijdens de Tweede Wereldoorlog en actuele geweldsgetroffenen.

De docent als sleutelfiguur
Het ministerie van VWS verklaarde de docent tot de sleutelfiguur in de overdracht van kennis en in de bewustwordingsprocessen binnen de school. Wim Borghuis, docent Geschiedenis aan de Lerarenopleiding van Hogeschool Utrecht, ontwikkelde een minor Geschiedenis van WOII. Hiermee geeft  hij toekomstige vakdocenten en andere leraren handvatten om hun geschiedenisonderwijs over de Tweede Wereldoorlog vorm te geven.

Voetballen met herdenkingskransen
Wim Borghuis: “Leerlingen in Nederland groeien op in het relatief rustige en veilige West-Europa. Voor veel kinderen buiten Europa (en kinderen uit bijvoorbeeld het voormalig Joegoslavië of Georgië) is dit anders. Leerlingen dienen te beseffen dat in de twintigste eeuw miljoenen mensen slachtoffer zijn geworden van oorlogsgeweld, en dat er nog steeds verschillende brandhaarden in de wereld zijn. Maar veel jongeren weten maar weinig over de Tweede Wereldoorlog. Iedereen haalt daar altijd de ‘met kransen voetballende Marokkanen van het Mercatorplein’ bij. Maar in de zestiger jaren werd er ook al met herdenkingskransen gevoetbald, toen door de provo’s, terwijl de kennis over de Tweede Wereldoorlog toen nog volop aanwezig was in de maatschappij. Blijkbaar gaat het niet over kennis alleen, maar om het kweken van inzicht en begrip."

Anne Frank in de Eerste Wereldoorlog
"
Veel leraren ontbreekt het aan vakinhoudelijke en/of pedagogisch-didactische bagage om deze periode goed voor het voetlicht te krijgen. Ik hoorde eens van een pabostagiaire die een leerling vroeg waarom Anne Frank ontbrak, in een werkstuk over de Eerste Wereldoorlog. Zo bedroevend kan het zijn. Wat niet meehelpt: de overheid laat het soms behoorlijk afweten als het gaat om het bewaren van het culturele erfgoed. Het behoud van de voormalige kampen en de ontwikkeling is niet genoeg door onze bestuurders op de agenda gezet; het is is aan initiatieven van onderop te danken dat deze kampen (gedeeltelijk) bewaard zijn gebleven. Dat is bijvoorbeeld heel sterk het geval bij het voormalig Kamp Amersfoort, waar zich een heel indrukwekkende en afgrijselijke geschiedenis heeft afgespeeld.”

Onderwijs over keuzes maken
“Geschiedenisonderwijs over de wereldoorlogen dient, net als geschiedenisonderwijs over andere onderwerpen, om het bestaan van nu te verhelderen, om hedendaagse fenomenen te verklaren, om begrip te leren opbrengen voor de normen en waarden van oudere generaties. Het geeft leerlingen zicht op het handelen van de mens in totaliteit, en maakt/houdt hen kritisch. Maar de lessen over de Tweede Wereldoorlog zijn nog extra belangrijk, omdat die periode in onze cultuur beschouwd wordt als moreel ijkpunt. Het onderwijs over die periode moet gaan over het maken van keuzes: wat is goed, wat is fout? Hoe komt het dat je fout wordt? Daarbij komt het belang om leerlingen alert te maken, signalen te leren herkennen. Daarvoor zul je de lijn naar actuele conflicten moeten doortrekken.”

Alternatieve lesmethodes
“Daarbij kom je er niet met overdracht van kale feiten. Leerlingen moeten leren om zelf over die feiten een mening te vormen, zodat ze zich thuis leren voelen in de wereld en kunnen deelnemen aan het gesprek over de feiten en gebeurtenissen in die wereld. Veel lesmethoden voorzien in de feitelijke kennis, maar de vraag is wat daarvan blijft ‘hangen’ in het hoofd van je leerlingen. Er zijn vele andere kanalen om de kennis over de Tweede Wereldoorlog over te dragen. Alternatieven waarmee de kennis wel beklijft, en die leerlingen stimuleert eigen opvattingen te ontwikkelen. Via historische speelfilms, of via jeugdliteratuur bijvoorbeeld. Of via excursies, naar een voormalig kamp of andere locaties die getuigen van de geschiedenis. Door leerlingen daarna zelf een maquette te laten bouwen van bijvoorbeeld een wachttoren die ze gezien hebben, bereik je dat ze gaan nadenken over wat er in het voor hen verre verleden gebeurd is. Ik pleit ervoor om het concrete, het (menselijk) detail, het persoonlijke als uitgangspunt te nemen. Affectieve elementen zijn daarbij minstens zo belangrijk zijn als de cognitieve.  Als je kinderen emotioneel raakt dan zal de inhoudelijke kennis beter beklijven. Vervolgens kom je dan tot de grote lijnen in de geschiedenis: structuren, processen, ontwikkelingen. Beeldvorming is dus belangrijk, maar geschiedenis heeft ook een meer wetenschappelijke grondtoon. Het raamwerk van de discipline is natuurlijk wel de onderlegger bij alles wat je als geschiedenisdocent doet. De structuurbegrippen van het vak zijn essentieel, bijvoorbeeld feit - mening, interpretatie, tijd- en standplaatsgebondenheid.”  

Meer over Over het waarom

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten