Professionalisering rond het jonge kind

Dossier: Het jonge kind
Laatst bijgewerkt op: 29-12-2014

Om de vve te verbeteren is een professionaliseringsslag nodig: op individueel niveau (pedagogisch medewerkers en leerkrachten), in de teams en in de hele organisatie.

Dat staat in het Utrechts kwaliteitskader voor educatie van het jonge kind. Arien Hartog, directeur professionalisering van de Stichting openbaar Primair Onderwijs (SPO Utrecht): “Bij professionals die met het jonge kind werken komt het aan op de juiste kennis, competenties en houding/persoonlijkheid. Die zijn van gelijkwaardig belang, met één van die factoren kom je er niet.” 

Ontwikkelingsgericht
Arien Hartog: “Professionals moeten het specifieke van jonge kinderen goed kennen, zich er bewust van zijn en ernaar handelen. Bijvoorbeeld de ontwikkelingslijnen: die moet je kunnen herkennen, en weten wat de volgende stap is (‘zone van naaste ontwikkeling’). Want werken met jonge kinderen is meer dan hen zindelijk maken en bezighouden. Het moet gericht zijn op hun ontwikkeling. En daarbij is de factor spel cruciaal.”

Spelen
“Spelen, spelen spelen. Dat is wat er moet gebeuren. De pedagogisch medewerker of leerkracht moet daar de benodigdheden voor aanreiken, richting geven aan het spel, ruimte geven, eventueel wat sturen. Daar komt het dus op de juiste houding aan. Kinderen die uit zichzelf niet tot spelen komen moet je ondersteunen door het voor te doen (‘modeling’). Daar heb je zelfvertrouwen voor nodig, je moet een stevige persoonlijkheid hebben. Een trucje toepassen werkt namelijk niet, het kind moet voelen dat het ‘echt’ is wat je doet.”

Specifieke expertise
Dit alles zou tot het instrumentarium moeten behoren van alle professionals die werken met kinderen van de peuterleeftijd tot een jaar of 6, 7, vindt Arien Hartog. “Vanaf die leeftijd maken kinderen namelijk een omslag door van spelen naar meer studerend leren, wat cursorisch wordt aangeboden." Of professionals over dat instrumentarium beschikken verschilt natuurlijk van persoon tot persoon, maar landelijk gezien is de educatie rond het jonge kind de afgelopen decennia wel in een ingewikkelde hoek terechtgekomen. Het schortte daarbij aan aandacht voor de specifieke expertise op dit terrein. Al sinds de komst van de pabo (1984) is er geworsteld met de kleuterperiode. Maar niet alleen pedagogisch medewerkers en leerkrachten moeten professionaliseren, staat in het kwaliteitskader. Arien Hartog is het daarmee eens: “Leidinggevenden (op alle niveaus), intern begeleiders, zorgteamleden zullen zich allemaal moeten professionaliseren in het specifieke van de ontwikkeling van het jonge kind.”

Doorgaande lijn
Daarnaast is er een breuk tussen de educatie van peuters en die van kleuters. Arien Hartog constateert dat daar echt een doorgaande lijn nodig is. “Zeker voor kinderen die extra stimulans nodig hebben. Scholen werken nu met heel veel partners samen, en dat kan handiger georganiseerd worden. Wat er precies nodig is verschilt per wijk en situatie. In sommige wijken kennen de locaties en professionals elkaar helemaal niet; op andere plaatsen wordt al wel overlegd en afgestemd, maar wordt nog met verschillende leergangen gewerkt. In veel VVE-situaties wordt al wat langer afgestemd en zou de samenwerking zich nu vooral op de inhoudelijke doorgaande lijn moeten richten.”

Arien Hartog SPO Utrecht

Meer over Professionalisering rond het jonge kind

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten