Jonge kinderen: spelen en leren

Dossier: Het jonge kind
Laatst bijgewerkt op: 27-02-2015

Het spelen van jonge kinderen is noodzakelijk om een aantal jaren later te kunnen overgaan tot het formele leren.

Jonge kinderen leren heel veel tijdens allerlei spelmomenten thuis, op het kinderdagverblijf, peuterspeelzaal of op school  en buiten. Het is voor hen een manier om de wereld om hen heen te verkennen, en om de structuren en ordeningen tot zich te nemen. Deze natuurlijke en brede wijze van kijken, ervaren, proberen is noodzakelijk om een aantal jaren later over te gaan tot het formele leren. Steeds vroeger worden de jonge kinderen meegenomen in situaties waarin het formele leren voor het spelen gaat. Vrij spel en begeleid spel geven kinderen meer motivatie tot leren.

Spel in de pedagogische praktijk
Diny van der Aalsvoort, voormalig lector Spel bij Hogeschool Utrecht, publiceerde in 2010 het boek Van spelen tot serious gaming: spel en spelen in de pedagogische beroepspraktijk. Met dit boek onderstreept zij de noodzaak van spel in de pedagogische beroepspraktijk en beschrijft zij de vervagende grens tussen spelen en leren. Het boek is een samenwerking van docenten van verschillende hogescholen, gemeente Utrecht en vrijgevestigde specialisten over spel.

Theoretische opvattingen
De grens tussen spel en spelen in educatie en in de vrije tijd is door de intrede van buitenschoolse opvang vervaagd. Ook verschuivende opvattingen maakten deze grens onduidelijker. Dit boek geeft weer hoe professionals in de praktijk bij spel verantwoord gebruik kunnen maken van de verschillende theoretische opvattingen die er bestaan. “‘Spel en spelen zijn essentieel voor de ontwikkeling van het kind, in elke vorm en in iedere fase van hun leven. Dit vergt inzicht en competenties van alle pedagogische begeleiders van het kind en de opleiders van deze pedagogische begeleiders”, vertelt Diny van der Aalsvoort. “De kern van mijn boodschap is dat je bij spel verantwoord gebruik moet maken van de opvattingen van de theoretici die in het boek zijn beschreven.” Het bijzondere van het boek is de link die het legt tussen het groeiend aantal instanties die zich beroepshalve met spel van kinderen en jongeren bezighouden. In de huidige praktijk lijken dit gescheiden circuits.

  • Het eerste deel van het boek verwoordt het gedachtegoed van John Dewey. Levy Vygotski en Jean Piaget. Deze drie denkers hebben de hedendaagse opvattingen over spel in educatie sterk beïnvloed.
  • Het tweede deel van het boek bespreekt hoe spel en spelen in de huidige beroepspraktijk vorm kan krijgen. Aan de hand van vier thema’s, ‘spel in de beroepspraktijk van de onderbouw en bovenbouw’, ‘buiten spelen’, ‘gamen in de klas’ en ‘spelbegeleiding’, spreken specialisten uit de beroepspraktijk vanuit hun kennis en ervaring over de functie van spel en hoe dit in de praktijk te bevorderen. Zowel op school als buiten school.

Het boek richt zich op opleiders en hun studenten van hogescholen in het kader van hun opleiding tot leraar (primair of voortgezet onderwijs) of tot pedagoog in vroege en naschoolse opvang.

Meer over Jonge kinderen: spelen en leren

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten