ONDERSTEUNING VAN UTRECHTSE PEUTERS MET PEUTERPLUS!

De gemeente Utrecht heeft een uitgebreid aanbod Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) voor peuters met een (taal)achterstand. In 2009 bleek uit een quickscan de GGD dat een groep peuters dusdanig veel problemen heeft, dat zij onvoldoende profiteert van dit VVE-aanbod. Met het PeuterPlus!-project probeert de Universiteit Utrecht (UU) daar in samenwerking met de gemeente wat aan te doen.

Tekst: Lisette Blankestijn

PeuterPlus! is een ondersteuningsaanbod voor peuters met moeilijkheden in de ontwikkeling, die op de locatie van de voorschool, peuterspeelzaal of speelleergroep in een periode van ongeveer 16 weken ondersteuning krijgen. Orthopedagoog Kim Idenburg MSc is vanuit de UU de coördinator van PeuterPlus!. Kobi Wanningen (Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht) zit als speldeskundige van het jonge kind in de begeleidingsgroep van PeuterPlus!.

Aanmelding
“Vanuit PeuterPlus! bieden wij peuters op de peutercentra en speelleergroepen een steuntje in de rug”, vertelt Kim Idenburg (UU). “De zorgconsulent kan peuters aanmelden voor een direct startend individueel ondersteuningstraject van drie maanden op de locatie." De volgende peuters komen daarvoor in aanmerking:

  1. Peuters die na minimaal 3 maanden taalaanbod op de groep weinig tot geen vooruitgang in hun Nederlandse taalontwikkeling laten zien.
  2. Peuters die na een bepaalde periode op de groep nog steeds erg verlegen en/of stil zijn, en weinig dingen ondernemen op de groep.
  3. Peuters die beweeglijker zijn dan leeftijdgenootjes, en veel moeite hebben met de aandacht enige tijd bij een taakje te houden
  4.  Peuters die moeilijk willen luisteren of soms agressief zijn, andere kinderen dwars zitten, plagen of pijn doen.

Kim: ‘Het gaat om peuters die bovenstaand gedrag vaker of extremer laten zien dan hun leeftijdsgenootjes. Want iedere peuter zegt wel eens ‘nee’, of zoekt een grens op. PeuterPlus! wordt ingeschakeld wanneer de adviezen van de zorgconsulent voor de omgang met de peuter op de groep door de pedagogisch medewerker niet voldoende werken.’’

Diagnostiek
Vanuit het handelingsgericht werken wordt dan eerst gekeken hoe het met de peuter gaat, vertelt Kim. “We kijken een aantal dagdelen naar het gedrag van het kind op de groep, we nemen diagnostische toetsen af bij het kind en laten pedagogisch medewerkers vragenlijsten invullen. Ook praten we met de zorgconsulent en pedagogisch medewerkers, én met de ouders over de ontwikkeling van het kind. We beschrijven de gegevens in een verslag, waarin de aandacht gericht is op de sterke kanten en de stimuleringsgebieden van het kind.”

Individuele ondersteuning
Na de diagnostiekfase start de individuele ondersteuning van ongeveer een halfuur per keer, drie tot vier keer per week, gedurende een periode van ongeveer vier weken. “Afgestemd op wat de peuter nodig heeft starten we met het interactief voorlezen met prentenboeken en bijbehorend spelmateriaal, of met een vorm van spelbegeleiding om te leren met materialen te spelen en plezier te beleven aan dit spel, of met een training in het doelgerichte gedrag van het kind (executieve functies) om te zorgen dat het kind de aandacht beter kan gaan richten op taakjes en het eigen gedrag beter onder controle kan houden. Een ondersteuningplan op de groep is ook een mogelijkheid, waarbij de peuter bijvoorbeeld een-op-een wordt begeleid tijdens de overgang van activiteiten op de groep en het uitvoeren van het dagprogramma. Ook wordt binnen PeuterPlus! een ondersteuningplan gemaakt met de pedagogisch medewerkers op de groep. Ouders krijgen in een persoonlijk gesprek ook een advies met concrete tips mee om thuis de peuter op een bepaald gebied (extra) te ondersteunen.”

Vervolgtrajecten
Inmiddels draait PeuterPlus! voor het tweede schooljaar. In drie rondes per schooljaar helpen Kim Idenburg en haar collega’s ongeveer zeventig peuters. Kim: “Het merendeel van hen kunnen we voldoende hulp bieden. We zien een vooruitgang in het functioneren van de peuter zelf, en ook in het functioneren op de groep ervaren de pedagogisch medewerkers vooruitgang. Als blijkt dat de individuele ondersteuning van PeuterPlus! onvoldoende helpt, is er vaak meer aan de hand. Dan kan dan een vervolgtraject gestart worden. Het kind wordt in dat geval doorverwezen naar een professionele zorginstelling, zoals bijvoorbeeld het MKD, het audiologisch centrum, of de polikliniek van het UMC, waar het kind een meer intensieve vorm van zorg krijgt aangeboden.”

Kennis delen
“Tot nu toe hebben we projectmatig gewerkt, maar nu is het moment gekomen om na te denken hoe we Peuterplus! goed kunnen onderbrengen bij een bestaande organisatie.” vertelt Kim. “Nog steeds verzamelen we alle data, en vertalen dit naar kennis die we willen delen met het werkveld. Het uiteindelijke doel is dat de professionals straks zelf weten wat werkt, en wat niet.” In september 2012 is de UU bovendien gestart met de pilot KleuterExtra, die grotendeels het stramien van PeuterPlus! volgt: screenen, onderzoek, interventies. Drie Utrechtse basisscholen doen mee. Hierbij gaat het eerst nog om een groep van twaalf kinderen.

Lees meer over de achtergronden van PeuterPlus! (download)

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten